Request information

Contactformulier

Circulair ontwikkelen

De Duurzame Stad

De noodzaak van circulariteit: bevolkingsgroei én welvaart putten de aarde uit, we hebben nu al 1,7 keer de aarde nodig

In 2050 heeft onze aarde circa 9 miljard bewoners en dat kan doorgroeien naar 11 miljard. Dit zorgt voor een toenemende vraag naar water en energie wat resulteert in meer afval en uitstoot. Daarnaast gebruiken we steeds meer grondstoffen per persoon. Het grondstoffenverbruik stijgt 2 tot 3 keer sneller dan de bevolking. Zonder zorgvuldig gebruik en hergebruik van grondstoffen ontstaat een onhoudbare situatie. Als alle wereldbewoners zouden leven als Nederlanders, dan hebben we 3,6 keer de aarde nodig, niet alleen voor grondstoffen maar ook voor energie en CO2-uitstoot. In 2018 viel overshootday op 1 augustus. Op die datum hebben we meer gebruikt dan de aarde in een jaar kan vernieuwen. Gemiddeld hebben we nu 1,7 keer de aarde nodig om in onze behoeften te voorzien.


Figuur: Circulariteit, een circulaire economie, gaat over het duurzaam omgaan met grondstoffen, energie en uitstoot van broeikasgassen(Bron www.data.footprintnetwork.org)

Een circulaire economie: wat is dat?

Het  begrip circulaire economie kent een wildgroei aan interpretaties en lijkt daardoor een samenraapsel van verschillende ideeën. Het gebrek aan een vaststaande definitie maakt dat er nog geen eenduidige afspraken gemaakt zijn over het meten van circulariteit. Dit terwijl meten een voorwaarde is voor bijvoorbeeld circulaire aanbestedingen. Een algemeen aanvaarde definitie van de Ellen MacArthur Foundation kent drie principes “design out waste and pollution, keep products and materials in use and regenerate natural systems”.


Figuur: Outline Circulaire Economie (Bron: Ellen MacArthur Foundation)


Volgens ons worden in een circulaire economie producten circulair ontworpen met het doel om deze in de toekomst te kunnen hergebruiken. Bij voorkeur in de huidige vorm - reuse - en pas als laatste weer terug als grondstof - recycle- . Het gaat dus niet alleen over het recyclen van niet-circulair ontworpen en geproduceerde producten. Deze producten zijn vaak niet geschikt voor hergebruik, simpelweg omdat ze daar niet voor zijn ontworpen. In tegendeel zelfs. Ze zijn ontworpen met 'geplande slijtage'. Dat is nu eenmaal het lineaire businessmodel: een beperkte levensduur betekent dat ik er meer van kan verkopen. Als producten een lange levensduur hebben, en ook in de volgende levensfases hoogwaardig hergebruikt kunnen worden, dan zijn er wel genoeg grondstoffen om zelfs in de behoefte aan grondstoffen als gevolg van de bevolkingsgroei te voorzien.

Hergebruik: Upcycling, Recycling en Downcycling

Materialen en producten kunnen op verschillende manieren hergebruikt worden. Wanneer een materiaal hergebruikt wordt voor hoogwaardigere doeleinden, dan spreken we van Upcycling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van pallets als materiaal voor meubels. Het terugwinnen van materialen om op dezelfde wijze gebruikt te worden, Recycling, kennen we bijvoorbeeld van glazen potjes. Downcycling is het laagwaardiger hergebruiken van producten. Zo wordt steenachtig sloopafval gebruikt om beddingen voor wegen te maken. Het doel is zo veel mogelijk materialen en producten hoogwaardig te gebruiken. Dus vermijd Downcycling en zoek naar meer mogelijkheden voor Upcycling.


In de circulaire economie hebben we waarschijnlijk niet langer producten in eigendom, maar tegen betaling in bruikleen, in huur of lease. Op die manier worden producenten gestimuleerd om de levensduur van producten te verlengen.

Regelgeving en heffingen zijn nodig voor het stimuleren van verlenging van de levensduur van een product, door het kort bruikbare producten economisch onaantrekkelijk te maken. Zo nodig moet een verbod op wegwerpproducten worden ingesteld. Met voldoende regelgeving en heffingen kan de overheid zorgen, dat hergebruik ruimere toepassing krijgt, waarbij het natuurlijk helpt als nieuwe grondstoffen duurder zijn dan uit hergebruik gewonnen grondstoffen. Heffingen maken dit mogelijk, maar ook verbod op het lozen van afval en verplichte terugname door fabrikanten van hun afgedankte producten.

Business modellen: lease en sale-and-buy-back modellen

Om ontwerpers, producenten en leveranciers te stimuleren na te denken over de herbruikbaarheid van materialen en producten, zijn nieuwe business modellen nodig. Wanneer een lineaire transactie plaatsvindt (consument koopt iets van producent), is er nu geen stimulans voor de producent om na te denken over de herbruikbaarheid van zijn product aan het eind van de levensduur. Er zijn business modellen die dit wél stimuleren.


Lease
Het huren van een product, en niet economisch eigenaar worden, helpt om herbruikbare producten te ontwerp en produceren. Betalen voor nut en gebruik door een afnemer, vormt voor de leverancier een stimulans te zorgen dat zijn producten zo lang mogelijk meegaan. Daarnaast moet de verantwoordelijkheid voor hergebruik aan het eind van de levensduur bij de producent liggen. Dit prikkelt een producent zijn producten demontabel en recyclebaar te maken. Het lease model wordt ook wel aangeduid als een dienstenmodel of een as-a-service model.


Sale-and-buy-back
Als de controle over een product groter moet zijn, is er de keuze om niet via een ‘huurconstructie’ te werken, maar om economisch eigendom te verkrijgen. Om te borgen dat de producent of leverancier nadenkt over het eind van de levensduur, onderhoud, demontabiliteit en restwaarde van producten, wordt een afspraak gemaakt voor terugkoop na gebruik. Deze afspraak wordt met de leverancier gemaakt, of met een derde partij die bij end-of-life gegarandeerd het product terugkoopt.


De mate van controle over een product is afhankelijk van de levensduur van het product. Het lease model is goed toepasbaar bij bijvoorbeeld verlichting, verwarming en meubilair. Bij elementen met een kortere levensduur (inrichting) kan de producent een grotere rol spelen. Het lease model is moeilijker toe te passen bij bijvoorbeeld de constructie van een gebouw. De restwaarde na vijftig jaar is onzeker, en ook is niet bekend of het gebouw dertig, vijftig of honderd jaar zal blijven staan.

 

Ons huidig lineaire economie model is gestoeld op 'groei'. We zijn gaan geloven dat een groeiende economie belangrijker is dan een stabiele economie. De circulaire economie is voor veel overheden en bedrijven onderdeel geworden van de ambitie om uitstoot van broeikasgassen te verlagen. In de circulaire economie worden nauwelijks nieuwe grondstoffen gedolven, wordt geen afval geproduceerd, omdat grondstoffen en producten steeds opnieuw worden gebruikt. Afval wordt een waardevolle grondstof.

Een circulaire economie biedt op korte termijn geen totaaloplossing, maar maakt deel uit van een hele reeks aan oplossingen om onze aarde leefbaar te houden, ook in 2050. Denk ook aan bijvoorbeeld de energietransitie.

Een circulaire bouw- en vastgoedsector: hoe meet je de circulariteit en hoe stel je meetbare doelen?

De afgelopen jaren lag bij energiebesparing in de gebouwde omgeving de nadruk op vermindering van het verbruik in de exploitatie. Vanaf 2021 moeten nieuw opgeleverde woningen en bedrijfsgebouwen in een zo goed als energie neutrale exploitatie voorzien. Dan gaat nieuwe wetgeving van kracht ‘Bijna Energie Neutraal Gebouwd’ (BENG). Energieverbruik in het bouwproces en fabricage van bouwmaterialen kregen minder aandacht.

Om nieuwbouw milieuvriendelijker te maken is de volgende stap het aanpakken van het bouwproces en de bouwmaterialen. Dit is hard nodig, want de bouw neemt nu circa 50% van het totale grondstoffenverbruik voor zijn rekening en circa 40% van het jaarlijkse afval komt voort uit de bouw. Dit kan door een circulair systeem waarbij de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen als uitgangspunt wordt genomen. Het doel is het reduceren van restafval en de CO2-uitstoot, en het ontwikkelen van waardevaste gebouwen. Circulair bouwen beslaat de hele bouwketen. Het gaat dus niet alleen om het bij sloop van het pand bedenken hoe de materialen zo goed mogelijk te hergebruiken zijn. Bij circulair bouwen houden architecten, ingenieurs en constructeurs aan het begin van het bouwproces al rekening met het minimaliseren van het gebruik en maximaliseren van hergebruik van gehele gebouwen en/of bouwmaterialen. Circulair bouwen gaat over ontwerpen (demontabel, aanpasbaar en flexibel) en materiaalgebruik (hergebruikte, biologische en herbruikbare materialen). 

Indicatoren: MilieuPrestatie Gebouwen en de Building Circularity Index

Om circulariteit te kunnen beoordelen, zijn indicatoren nodig. Deze zijn op dit moment sterk in ontwikkeling. Indicatoren die op dit moment gebruikt worden zijn de MilieuPrestatie Gebouwen en de Building Circularity Index.


MilieuPrestatie Gebouwen

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) meet de duurzaamheid van een gebouw in materiaalgebruik. Hoe lager de MPG is, hoe duurzamer materiaal gebruikt is en daarmee een lagere milieubelasting heeft. Onder andere het gebruik van gerecyclede materialen kan een MPG score verbeteren. Per materiaal wordt een LevensCyclusAnalyse toegepast. Deze bepaalt de schaduwkosten per kg, m² of m³ van het product. Ook productie, onderhoud en het toekomstig vervangen van gebouwdelen worden meegenomen. De som van deze schaduwkosten geeft de MPG van het gebouw weer, welke meestal in schaduwkosten per m² BVO per jaar wordt aangeduid. De gevels, vloeren en installaties van een gebouw maken vaak al 60-80% van de MPG uit.

Building Circularity Index

De Building Circularity Index (BCI) meet zowel de gebruikte materialen als het ontwerp. Van de gebruikte materialen wordt de oorsprong, de afvalscenario’s, de levensduur en het volume meegewogen in de berekening. Voor het ontwerp worden verbindende infrastructuur en de bereikbaarheid van deze verbindingen meegewogen. Deze twee aspecten geven een score over hoe ‘circulair’ een product is, maar de BCI weegt ook af of het gebruik circulair is ingericht. De BCI score wordt samengesteld door de scores op het niveau van producten, gebouwelementen (uit verschillende producten) en het gebouw (uit verschillende elementen).


Door de hoge ambitie van de overheid en de meerwaarde voor consumenten en beleggers is er steeds meer vraag naar circulair gebouwde gebouwen. Het CBS, PBL en SCP concludeerden samen dat consumenten richting een circulaire economie willen, als het maar geen pijn doet. Voor een belegger bepalen de waarde van de locatie en de waarde van het gebouw of de investering op de lange termijn rendabel is. Daarom streeft een belegger naar een gebouw met een flexibele constructie, gevel en dak, dit sluit aan bij de principes van circulair bouwen. De bouw- en vastgoedsector heeft innovatie, samenwerking en duurzaamheidsadvies nodig om de transitie van een lineaire naar een circulaire economie te realiseren. Investeringen in circulaire initiatieven zijn over het algemeen pas na een lange periode financieel rendabel. Een groot deel van het rendement komt terug in niet-financiële vormen. Daarom vereisen circulaire ontwikkelingsdoelen nieuwe financieringsinstrumenten en business modellen.

Onze propositie: abstracte circulaire ambities vertalen in concrete doelstellingen, business modellen, financiering en samenwerkingsvormen

Wij voelen allemaal de urgentie om duurzame oplossingen te ontwikkelen voor onze leefomgeving. Maar hoe maak je dit concreet en meetbaar? Wat betekent bijvoorbeeld ‘maximaal hergebruik van grondstoffen’ voor het ontwerp van een woontoren? En hoe beoordeel je ‘minimale CO2-impact’ bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk?

Fakton biedt u inzicht en de tools om samen tot duurzame en circulaire oplossingen te komen. Wij ondersteunen u graag bij het vertalen van abstracte ambities naar meetbare, haalbare en uitvoerbare doelstellingen. En maken samen met u de vertaalslag naar circulaire businessmodellen, financiering- en samenwerkingsvormen.

 

Contact us at energy@fakton.com